ISPam.nl Deutsch verandert van richting op de Autobahn

In navolging van mijn initiatief om met ISPam.nl Deutsch een duitstalige versie aan ISPam.nl toe te voegen, ga ik nu het omgekeerde doen. Ik ga nu de Duitse markt naar Nederland importeren met de “Duitse donderdag”. Elke donderdag gaan we op ISPam.nl een update of een artikel publiceren over de Duitse markt.

Wat speelt er op dit moment in Duitsland, welke spelers zijn er, welke evenementen in Duitsland kun je bezoeken, wat moet je doen om succesvol de Duitse markt op te gaan. Alles wat relevant is voor Nederlandse partijen binnen de cloud, datacenter en hostingbranche gaan we op de Duitse donderdag publiceren.

Het grootste voordeel is dat we met de Duitse donderdag de bestaande doelgroep van ISPam.nl bedienen. Daarnaast gaan we de aandacht trekken van de Duitse markt en partijen die daarin actief zijn door over hun te schrijven. Op die manier zullen die partijen automatisch ISPam.nl Deutsch ook ontdekken.

ISPam.nl Deutsch zelf gaat even de koelkast in. De integratie binnen ISPam.nl blijft. Echter zullen er minder vaak Duitse updates worden geplaatst. Voorlopig zal de focus vooral komen te liggen op de Duitse donderdag. Zodra de animo vanuit de Duitse markt om over de Nederlandse markt in het Duits te lezen toeneemt, gaan we het gaspedaal ook op dat gebied weer dieper intrappen.

Wat onveranderd blijft is de focus van ISPam.nl op de Duitse markt. We blijven over de virtuele Deutsche Autobahn racen. Het verschil is dat we vol gas geven vanuit Duitsland in de richting van Nederland en we het omgekeerd even wat rustig aan doen.

PR-bureau’s en bedrijven die alles pakken en niks teruggeven gaan we als oud-vuil behandelen

Alles pakken en niks teruggeven. Dat lijkt het motto van veel pr-bureau’s en bedrijven die in de IT actief zijn. Media worden gebruikt om zoveel mogelijk publiciteit voor de eigen business te generen door een sloot persberichten uit te sturen en interviews te willen maar iets terugdoen voor die media door bijvoorbeeld te adverteren of eens een ingezonden stuk in te sturen niks ervan! De journalistiek gaat ondertussen naar de klote door deze uitvreters. Als media laten we dat gebeuren. Ik ben daar helemaal klaar mee!

Daarom lanceer ik nu een nieuw model om te bepalen op welke manier we aandacht geven aan bedrijfsnieuws (persberichten) op ISPam.nl, hoe we die gaan presenteren en de manier waarop mijn (commerciële) HYPR redactie aandacht geeft aan bedrijven. Dit model gaat uit van een classificatie van A t/m E. Elk bedrijf krijgt een classificatie met één van deze letters. A betekent liefde en E betekent dat we je als een stuk verdriet zien dat we het liefst zouden doodzwijgen.

  • A partijen hebben een (commerciële) relatie met het platform. Dat kan in de vorm van een betaald abonnement zijn maar ook in de vorm van een andere vorm van samenwerking waarbij er door de partij ook een structurele bijdrage geleverd wordt aan het platform. Wij houden van deze partijen! Voor deze partijen doen we alles om ze gelukkig te maken – uiteraard met inachtneming van onze journalistieke verantwoordelijkheid – want zij maken ons ook zielsgelukkig!
  • B partijen zijn alle partijen die een actieve bijdrage aan het platform leveren zonder dat daar een (commerciële) relatie aan ten grondslag ligt. Ook deze partijen maken ons gelukkig en dat willen we hun ook maken.
  • C partijen zijn branchepartijen die geen actieve bijdrage leveren aan het platform maar voor ons wel bijzonder relevant zijn.
  • D partijen zijn niet-branchepartijen (vendors) die geen actieve bijdrage leveren maar ook weinig met het platform doen.
  • E partijen zijn niet-branchepartijen (vendors) die veel van het platform vragen en niks teruggeven.

Wat dit concreet betekent is dat we voor A partijen er alles aan doen om ze maximaal in de spotlights te zetten. Bij de verdere ontwikkeling van het platform houden we rekening met hun wensen en belangen. Daarnaast is het ook de bedoeling dat mijn (commerciële) redactie hun betrekt bij de berichten die worden geschreven en naar ISPam.nl als journalistiek platform wordt ingestuurd.

B en C krijgen gewoon een normale hoeveelheid aandacht voor hun bedrijfsnieuws (persberichten) en zullen soms ook door de commerciële redactie worden benanderd.

D partijen gaan we relatief weinig aandacht geven. We plaatsen hun persberichten wel mits die worden ingestuurd via het formulier. E partijen gaan we op dezelfde manier behandelen als zij ons: als oud-vuil. Alleen als het écht relevant is gaan we hun persberichten nog plaatsen mits die via het juiste formulier zijn ingestuurd en daar gaan we relatief weinig aandacht aan besteden.

Het is heel simpel. De liefde moet van twee kanten komen. Of te wel hoe relevanter je bent én hoeveel liefde je ons geeft, zoveel geven we je ook terug. Ben je een voor ons niet relevante partij die ons als een soort van afvalbak voor je persberichten behandeld? Prima. Dan gaan we je persberichten ook precies op de manier behandelen: Als oud-vuil. Ben je lief voor ons, dan geven we net zoveel liefde terug!

Cursus acquisitie van nieuwe klanten

Afgelopen vrijdag hebben we een Duitstalige editie van ISPam.nl gelanceerd. Speciaal daarvoor ben ik op zoek gegaan naar een redacteur en in dit geval ook vertaler om de Duitstalige editie vorm te geven. De opdracht daarvoor heb ik op freelance.nl geplaatst en binnen een half uur had ik letterlijk 12 freelancers die op de functie solliciteerden. Uiteindelijk heb ik ook één van de freelancers ingehuurd die ik de opdracht had gegeven om de rubriek te maken.

Afgelopen woensdag om 23:34 uur kreeg ik ook van een freelancer die ik hier zal aanduiden als R.W. want ik gun deze meneer niet in positieve noch in negatieve zin publiciteit vandaar dat ik enkel zijn initialen noem, een mailtje dat met de onderstaande inhoud begon en verder een heel gebruikelijke sollicitatie mail was .Gezien de opdracht op freelance.nl was geplaatst, en het ook de bedoeling is dat freelancers daar reageren op de opdracht, had ik de e-mail voor kennisgeving aangenomen en verder geen acht op geslagen.

freelance-redacteur

Afgelopen vrijdag (op 1 april inderdaad) ging de Duitse editie van ISPam.nl live. Ik was natuurlijk super trots op de eerste stap om de Duitse markt te veroveren. Afgelopen zondag zag ik twee mailtjes in mijn mailbox. Om 13:29 uur was de e-mail die ik eerder had ontvangen opnieuw naar mijn persoonlijke e-mail adres én het redactie e-mail adres van ISPam.nl gestuurd. Om 13:35 uur was door R.W. de volgende reactie onder de eerste Duitstalige editie van ISPam.nl geplaatst.

ispam-reactie

Terwijl ik heerlijk van een Duits biertje én een Duits boek (Der Verwandlung van Franz Kafka) in de zon aan het genieten was, viel ik bijna van mijn stoel af van deze nogal bizarre poging tot acquisitie.

Ik besloot R.W. een mailtje terug te sturen:

Het werk van je potentiële opdrachtgever en plein public afzeiken, dat is echt een goed idee! Net als reageren buiten freelance.nl om. Nee bedankt! Nein danke!

En meneer de topvertaler: In het Nederlands is het meervoud van u ook u en niet jullie!

Al snel kreeg ik een mailtje van R.W. terug:

Bedankt voor uw late reactie. Die ik zo écht niet snap!
Ik zie feedback altijd als kans om iets te leren.
Maar ik zie er geen reden om niet buiten freelance.nl te reageren.
Bovendien vertaal ik (niet als topvertaler maar als professionele vertaler) altijd naar mijn moedertaal Duits.

In plaats van excuses te maken voor het schofferen van een potentiele opdrachtgever speelt R.W.  dus de onschuld zelve. En natuurlijk word ik bedankt voor mijn “late reactie”. Er waren immers toch al twee hele werkdagen (donderdag en vrijdag) voorbij gegaan sinds hij zijn sollicitatie buiten freelance.nl om, kort voor middernacht op woensdag naar mij had gestuurd.

Die R.W. is echt een top acquisiteur. Het mag duidelijk zijn dat ik hem meteen had ingehuurd indien ik de opdracht nog niet vergeven had. Hij had dus alleen nog nèt even sneller moeten zijn anders had hij er weer “ein neuen Auftraggeber” bij gehad. *Proest*

Gesponsorde content, nee bedankt maar bedrijven mogen hun eigen PR-feestje wel zelf betalen

Gesponsorde content. Het is de nagel aan de doodskist van de journalistiek. Nee, bedankt. Dat zeg ik tegen gesponsorde content op ISPam.nl. Ik heb en zal mij nooit laten betalen om een bepaalde mening – die niet van mij of mijn redactieleden is – in een redactioneel artikel neer te pennen. Punt.

Waar ik minder moeite mee heb is om bedrijven hun eigen content te laten produceren. Waarom zou ik de positieve publiciteit moeten betalen van bedrijven? Een persbericht kan een bedrijf zelf prima zelf op schrijven. En als ze dat niet zelf kunnen, dan is er vast een goed PR-bureau die dat voor ze kan doen. Ik ga immers niet het PR-feestje van bedrijven betalen. Dat kunnen ze prima zelf.

Daarom hebben we op ISPam.nl het principe dat wij alleen content maken in vaste rubrieken en verder belangrijk nieuws, opinies en analyses zelf brengen. Andere content – die voor bedrijven belangrijk is – moeten ze maar zelf (laten) produceren en kunnen ze insturen. Wij plaatsen dat wel, mits het maar relevant is, goed geschreven en geen commercieel verhaal.

Daarnaast ben ik nu bezig met een tussenvorm tussen journalistiek en pr. Dat kun je het beste aanduiden als omgekeerde content marketing. Bedrijven die aandacht willen kunnen een artikel laten schrijven door een redactie die voor mij werkt. Dat doen we dan binnen vaste formats en op basis van de journalistieke principes. Echter blijft het werk in opdracht.

Daarom moet het op dezelfde manier worden ingestuurd naar de redactie als content die door PR-bureau’s en bedrijven wordt ingestuurd. En het wordt door een ISPam.nl redacteur beoordeeld op dezelfde manier als andere ingestuurde content. De opdrachtgever heeft er dus niks aan om invloed op de publicatie te willen uitoefenen op de inhoud want dan wordt zijn – duurbetaalde content – niet door de ISPam.nl redactie geplaatst. En plaatsing zelf kost ook niks, net als de plaatsing van alle andere ingestuurde content.

Het model dat ik hierboven beschrijf is wat abstract. Daarom heb ik het zojuist schematisch in kaart gebracht. In het model is HYPR (dat staat voor Hosting Your PR) ons interne content productie bedrijf. Verder is het denk ik redelijk straight forward hoe het werkt.

ISPam.nl Content productie en publicatie

Hoe inschrijven bij de Kamer van Koophandel werkt en waarom de Belastingdienst het niet uitmaakt wat je doet

Het is weer feest op webhostingtalk.nl een discussie ontaard weer in een hoop borrelpraat over de rol van het inschrijven bij de Kamer van Koophandel en de Belastingdienst. Het doet gewoon pijn aan mijn ogen om te lezen wat er allemaal voor onzin wordt geroepen.

Het eerste punt is dat geroepen dat het niet al te professioneel oogt om onder de inschrijving van een lasbedrijf ook een hostingbedrijf in te schrijven. Dan heb ik een verrassing voor je. Als natuurlijk persoon (zo iemand van vlees en bloed) kun je maar één inschrijving bij de Kamer van Koophandel hebben. Dus al heb je verschillende bedrijven, zoals een lasbedrijf, slagerij, boekhandel, autogarage, schildersbedrijf én hostingbedrijf. Dan nog heb je maar één inschrijving van jouw eenmanszaak bij de Kamer van Koophandel.

Wel kun je bij je inschrijving meerdere handelsnamen hebben maar het punt is dat er maar één persoon (die van vlees en bloed) is die eigenaar is en verantwoordelijk is voor alle ondernemingen. Dat zijn dus ook écht verschillende ondernemingen maar die vallen onder één inschrijving bij de Kamer van Koophandel. Het is dus niet dat de ene onderneming onder de andere valt. Het valt alleen allemaal onder één en dezelfde eigenaar. Voor de rest kunnen de dingen compleet los van elkaar staan.

Om het verder te verduidelijken. Een rechtspersoon zoals een besloten vennootschap (béévéé of gewoon correct afgekort B.V.) heeft ook maar één inschrijving bij de Kamer van Koophandel. En die kan ook verschillende ondernemingen hebben. Neem bijvoorbeeld de HEMA die verkoopt heel veel spulletjes voor in huis maar je kan ook verzekeringen bij ze afsluiten. Dat zijn twee heel verschillende ondernemingen maar wel hetzelfde bedrijf. Waarschijnlijk heeft HEMA dat wel in verschillende werkmaatschappijen ondergebracht maar dat hoeft in principe niet.

Dat brengt me op het volgende punt, of het verstandig (en fiscaal voordelig) is om heel verschillende bedrijven onder één natuurlijke persoon te laten hangen is een heel ander vraagstuk. Als je al die ondernemingen hebt en er gaat er één over de kop, dan zullen de andere ondernemingen moeten bijspringen, want een onderneming gaat niet failliet maar de persoon (dat kan een natuurlijk persoon van vlees en bloed zijn of een rechtspersoon zoals B.V.) dus dat is wel een risico als die onder één persoon c.q. entiteit vallen.

Nog één laatste dingetje over inschrijving bij de Kamer van Koophandel. Een onderneming ontstaat niet door dat je je inschrijft in het handelsregister. Een onderneming ontstaat door de (feitelijke) situatie dat er sprake is van een zogeheten duurzame organisatie van arbeid en kapitaal (zoals dat fiscaal heet) en als eigenaar van die onderneming ben je verplicht die in te schrijven bij de Kamer van Koophandel. Doe je dat niet dan ben je strafbaar.

Dus zodra die organisatie er is, is er een onderneming en of je je wel of niet (netjes) inschrijft bij de Kamer van Koophandel maakt daarvoor helemaal niks uit. Andersom geldt hetzelfde, het feit dat je je inschrijft bij de Kamer van Koophandel zorgt er nog niet voor dat er sprake van een onderneming is. Het enige dat er in dat geval gebeurt is, dat je iets hebt ingeschreven dat (nog) niet bestaat. Als de Kamer van Koophandel daar achterkomt dan kunnen ze je ook weer uitschrijven. Dat gebeurt ook met enige regelmaat.

Een volgende punt dat ik voorbij zag komen op webhostingtalk.nl is dat er bij de Belastingdienst wel een belletje gaat rinkelen als je verschillende KvK-inschrijvingen op één adres hebt met verschillende activiteiten/ondernemingen en ook nog fulltime werkt. Dan denk ik niet weten waarom. Iemand kan gewoon verschillende bedrijven hebben of verschillende mensen op één adres kunnen allemaal andere dingen doen. Waarom zou de Belastingdienst daarop aanslaan?

De Belastingdienst moet er voor zorgen dat de Belasting die verschuldigd is wordt betaald. Dat is het enige waar ze mee bezig zijn. Het maakt de Belastingdienst helemaal niks uit wat je doet. Zelfs al handel je in verdovende middelen. De Belastingdienst kan het niks schelen. Althans dat het (wettelijke) verboden is wat je doet niet, maar de Belastingdienst wil wel graag dat je keurig inkomsten (of winstbelasting) betaald en een keurige administratie voert. Hetzelfde geldt voor de omzetbelasting, zelfs over veel verboden activiteiten moet gewoon btw in rekening worden gebracht en worden afgedragen aan de Belastingdienst. Of te wel: De Belastingdienst heeft geen moraal maar wil wel graag worden betaald. Pas als ze het idee krijgen dat je dat niet doet, dan gaan de alarmbellen bij de Belastingdienst rinkelen!

Hoe online media onafhankelijk blijven, kosten besparen én geld kunnen verdienen door content productie aan niet-journalisten over te laten

In het papieren suffertje heb ik al sinds jaar en dag het spel dat heet “zoek de advertentie”. Bij elke editorial over een bepaalde organisatie die ik in de krant zie probeer ik de bijbehorende advertentie in de krant er bij te zoeken. In de meeste gevallen vind ik inderdaad een advertentie van dezelfde organisatie. Zo werkt dat nou eenmaal. Wil je aandacht in het suffertje? Geen probleem, koop advertentieruimte in de krant en wij sturen een redacteur bij u langs die het dan optekent.

Die werkwijze is natuurlijk op zijn zachtst discutabel want laten we wel wezen de editorial is niks meer dan een tweede advertentie die je gratis bij de geplaatste advertentie krijgt. Sterker nog, als jurist denk ik zelfs dat die werkwijze onrechtmatig is. Immers wordt een overduidelijke advertentie als editorial verpakt en dat mag niet.

Echter wil ik zelf ook niet roomser dan de paus zijn. De verhalen in het suffertje moeten worden geschreven door redacteuren, de krant moet worden ontworpen, gedrukt op papier en daarna ook nog worden verspreid. De enige bron van inkomsten van de krant zijn de advertenties. Betalende abonnees zijn er namelijk niet, dus zonder advertenties geen krant.

Voor online media geldt een vergelijkbaar probleem. De bereidheid om te betalen is simpelweg niet groot. Er is een groot aanbod aan gratis content en je moet dan wel iets écht unieks hebben wil iemand daarvoor de portemonnee trekken. Zelfs een Blendle-button die het afrekenen zelf eenvoudig maakt zal dat niet snel veranderen. Immers blijft het probleem bestaan dat de consument simpelweg niet bereid is om te betalen (voor de meeste) content.

In tegenstelling tot het lokale suffertje hebben online media één groot voordeel. De kosten voor het papier, het drukken en het verspreiden van hun media ontbreken. De kosten voor het hosten en het ontwerpen van een website zijn verwaarloosbaar en eenmalig. De grootste kostenpost voor online media, is het arbeidsloon en/of het honorarium van de redacteuren die de verhalen schrijven.

Die redacteuren schrijven vaak net als in het lokale suffertje verhalen over bedrijven die heel graag aandacht willen hebben. Die huren op hun beurt weer duurbetaalde communicatie medewerkers en pr-bureau’s in. Op hun beurt bestoken die online media met persberichten, verzoeken om interviews en andere uitnodigingen. Uiteindelijk leidt die inzet ertoe dat online media verhalen vertellen over die bedrijven.

De ellende is alleen dat de communicatie medewerkers en pr-bureau’s van de bedrijven een heel dik belegde boterham verdienen en de bedrijven zelf de aandacht krijgen die ze willen. De online media daarentegen krijgen helemaal niks. De advertentie inkomsten hollen achteruit, door zaken als bannerblindheid en adblockers van bezoekers.

Nu is het heel verleidelijk om dan maar net als lokale suffertje je als online media te laten betalen voor wat je opschrijft over bedrijven. “Je wil een uitgebreid interview met foto? Geen probleem, maar dan wel eventjes een medium rectangle erbij de komende drie maanden.”. Of je zelf simpelweg laten betalen voor het schrijven van het stuk in de vorm van gesponsorde content. Dat eerste kan niet wat mij betreft en het tweede kan wel. Er blijft echter een grote maar.

Op het moment dat iemand jouw media betaald om een verhaal op te schrijven, zij het door (verplicht) een advertentie erbij te moeten nemen of zij het door er als gesponsorde content voor te betalen. Dan ontstaat er een spanningsveld tussen het journalistieke belang en het commerciële belang dat je als online media hebt. Dat zet je onafhankelijkheid en geloofwaardigheid ernstig onder druk!

Een oplossing die wél werkt en de journalistieke onafhankelijkheid en geloofwaardigheid niet aantast is het deels scheiden van de controlerende taak van de journalist én de productie van de content. Het meeste werk zit hem immers in het produceren van content. Bij die scheiding wordt de content geproduceerd en betaald door een derde (niet journalistieke) partij die zelf belang heeft bij de content. De journalist houdt op zijn beurt toezicht of dat gebeurt op een journalistiek verantwoorde manier en of dat het eindresultaat voldoet aan de journalistieke standaarden én aanvullend aan de eisen die het medium waarop het wordt gepubliceerd.

Natuurlijk werkt dit niet voor alle content. Er zijn simpelweg zaken waar bedrijven geen belang bij hebben om gepubliceerd te krijgen en zaken die zich inhoudelijk niet lenen voor een scheiding tussen niet-journalistieke productie en journalistieke controle op die productie. De content waarbij dit wel werkt is content waarbij het nieuws of de achtergrond zelf positief is voor het bedrijf dat er voor betaald of waarbij het belang van het bedrijf vooral ziet op profilering als deskundige op een bepaald gebied, het krijgen van naamsbekendheid en het opbouwen van een relatie met de lezers van het medium.

Dit kun je concreet vormgeven door de redactie van een (online) medium twee taken te geven: 1. Het produceren van de content die om welke reden dan ook zelf moet worden geproduceerd
2. Het bepalen of dat door derden geproduceerd en aangeleverde content op een zodanige wijze is geproduceerd en inhoudelijk zodanig is dat het journalistiek verantwoord is het te plaatsen en daarnaast om te controleren of dat de content aan de eigen richtlijnen voor aangeleverde content voldoet.

De tweede taak is de belangrijkste. De journalist controleert en bepaald dan of dat de aangeleverde content voldoet of niet. De journalist toetst enkel aan de journalistieke en inhoudelijke criteria. Er is (en mag) geen enkel ander belang zijn bij de beoordeling. Het gaat puur over de inhoud. Indien de journalist tot het oordeel komt dat de content geschikt is, dan wordt deze op het (online) medium geplaatst. Indien dat niet het geval is dan wordt deze geweigerd en niet geplaatst. Indien nodig kan de journalist aangeven wat er mis is en aanwijzingen geven hoe de content kan worden aangepast zodat deze wel geschikt voor plaatsing is en na aanpassing opnieuw worden ingediend.

Het grote voordeel van deze werkwijze is dat een groot deel van het journalistieke (productie)werk aan niet-journalisten wordt uitbesteed. De controle of door (niet-journalistieke) derden geproduceerd content wel geschikt is, is maar een fractie van de hoeveelheid werk die het zelf produceren van die content kost. De kosten aan arbeidsloon en/of honorarium voor het online medium gaan daarom net zo hard omlaag.

De logische vervolgvraag is wie de (niet-journalistieke) derde moet zijn die de productie van de content voor zijn rekening neemt. Dat kan in principe iedereen zijn. Veel bedrijven hebben eigen communicatiemedewerkers of een PR-bureau. Die moeten prima in staat zijn om een goed artikel te schrijven op basis van de richtlijnen die een online medium ze geeft.

Daarnaast kan een online medium zelf ook zelf content gaan produceren voor derde partijen. Daarmee krijgt het online medium dan zelf de rol van een intern pr-bureau. Wanneer een dergelijke transitie in één keer wordt gemaakt, zijn er immers ook een hoop redactieleden die tot dan toe journalist waren die in één klap weinig meer te doen hebben. In plaats van dat ze zelf stukken schrijven als onafhankelijk journalist, zijn ze vanaf dat moment bedrijfsjournalist, pr-consulent en zo zijn er nog wel meer fancy namen bedenken die je er op kan plakken.

Het belangrijkste verschil tussen de rol die ze eerder als onafhankelijk journalist hadden met hun nieuwe rol is, dat ze nu betaald krijgen van een andere partij die zelf belang heeft bij de inhoud van de publicatie. En zoals het spreekwoord luidt: “Wiens brood men eet, wiens woord men spreekt.”. Dat is ook helemaal want als een willekeurig ander pr-bureau de content zou produceren is dat helemaal zo. De reden waarom dat niet erg is, is omdat alle aangeleverde content aan dezelfde eisen moet voldoen om gepubliceerd te worden. De onafhankelijke (controlerende) journalisten binnen de redactie beoordelen dat en wijzen de content zo nodig af.

Natuurlijk kan daarbij nog steeds een zeker spanningsveld ontstaan tussen de functie van het online medium als journalistiek platform en de rol als (intern) pr-bureau. Een opdrachtgever van het pr-bureau zal misschien toch zijn zin proberen door te drukken en als de onafhankelijke redactie het dan weigert, dan kan deze bijvoorbeeld dreigen geen zaken meer met het online medium (in de rol van pr-bureau) te doen. Ook kan er natuurlijk door de personele unie er toch sociale druk zijn om een stuk dat een collega heeft geschreven toch te plaatsen.

Dat zijn stuk voor stuk problemen die er simpelweg zijn en ook niet moeten worden onderschat. Echter heb je dat probleem ook met reguliere adverteerders die hun advertenties terugtrekken op moment dat ze niet genoeg of de juiste aandacht krijgen.

Verder is er maar één manier om redactionele aandacht te krijgen op het platform en dat is door content aan te leveren die de goedkeuring krijgt van de onafhankelijke redactie. De productie daarvan kost altijd geld of het interne pr-bureau het doet, het in-house gebeurt of door een ander pr-bureau. Het interne pr-bureau de beste kaarten doordat ze precies weten wat wel en niet kan.

Als laatste is het belangrijk om er voor te zorgen dat er interne “Chinese walls” zijn tussen de verschillende functies en dat de journalistieke leiding en directie daar ook toezicht op houden. Zo nodig kan het (interne) pr-bureau ook in een apart losstaand bedrijf worden ondergebracht met een eigen directie.

De voordelen van een (intern) pr-bureau zijn dat het dicht op de redactie zit en dat de content die wordt geproduceerd goed bij het platform past qua inhoud en tone of voice. Daarnaast is het ook makkelijk voor externe partijen die aandacht willen om het interne pr-bureau in te schakelen. Ze willen aandacht op een bepaald online platform en dat kan die aandacht ook direct regelen als dat voor wordt betaald als een one-stop-shop. Een laatste voordeel is dat er op de pr-activiteiten ook marge kan worden gemaakt. Daarmee wordt door de werkwijze met scheiding van controle en productie niet alleen kosten bespaard maar ook geld verdiend.

Het is echter ook niet noodzakelijk om een intern pr-bureau te hebben. De kostenbesparing die het scheiden van (journalistieke) controle en (niet-journalistieke) productie van content geeft is al significant. Een (intern) pr-bureau daaraan toevoegen is meer de kerst op de taart dan dat het een zelfstandig doelt dient.

Wie na het lezen van dit betoog dit maar een vreemd concept vindt, moet eens kijken naar de rol van de boekhouder en de accountant bij bedrijven. De boekhouding en het opstellen van de jaarstukken van een bedrijf kan het bedrijf zelf doen of uitbesteden aan een administratiekantoor. Het gezaghebbend bepalen of dat de jaarstukken conform de accountancy regels zijn opgesteld en daarmee voldoen aan de criteria die staan in titel 9 van boek 2 van het Burgerlijk wetboek en de accounting standaarden voldoen is voorbehouden aan een accountant (AA of RA).

Indien de accountant wordt ingehuurd om te controleren of de jaarstukken op de juiste wijze zijn opgesteld maakt het voor de accountant niet uit of dat deze zijn opgesteld door het bedrijf zelf of dat de accountant zelf ook eigenaar van een administratiekantoor is die de boekhouding heeft samengesteld en de jaarstukken op basis daarvan heeft opgesteld. De controles die de accountant moet doen zijn nog steeds dezelfde. Ook al zal hij zijn eigen mensen net even wat meer vertrouwen dan derden. Immers is dat zijn controlerende taak als accountant. Een vergelijkbare taak zie ik dus ook voor journalisten waar het gaat om door een in opdracht of door derden geproduceerde content.

Kinderen moeten niet leren programmeren: Mogen kinderen ook gewoon nog kind zijn?

De laatste tijd hoor ik telkens vaker wat kinderen allemaal op de basisschool zouden moeten leren. Telkens vaker hoor ik een pleidooi dat kinderen al zouden moeten leren programmeren en laatst ook dat kinderen in groep één van de basisschool als Engels zou moeten worden aangeleerd.

Als kind heb je recht op onderwijs maar zonder rechten ook geen plichten lijkt het wel. Daarom zouden kinderen van alles moeten leren. Zo is programmeren het lezen en schrijven de toekomst lees ik zojuist weer ergens. Dus daarom is het o zo belangrijk dat kinderen dat op de basisschool al leren programmeren.

Overigens is er niks mis mee om op de basisschool de mogelijkheid te bieden om spelenderwijs te leren programmeren. Zelf zat ik ook met command.com en batch-bestanden te pielen op MS DOS op een IBM PC XT toen ik nog op de basisschool zat, maar dat was omdat ik dat gaaf vond. Waar ik problemen mee heb is het woord ‘moeten’. KINDEREN MOETEN HELEMAAL NIKS.

Op de basisschool moeten kinderen wat mij betreft de kans krijgen om zichzelf te ontplooien en de basis te leggen voor hun latere vorming. Lezen, schrijven, rekenen, algemene en emotionele ontplooiing en ontwikkeling dat soort dingen zijn belangrijk en dat is al moeilijk genoeg. Pas wanneer de basisschool wordt verlaten en door wordt gestroomd naar het voorgezet onderwijs, dan pas begint de verdere ontwikkeling met (belangrijke) skills als programmeren.

Ik begin telkens meer het idee te krijgen dat kinderen worden gezien als de resources zijn waar de maatschappij (later) over kan beschikken in plaats van hoe het moet zijn, namelijk dat de maatschappij kinderen moet dienen om er voor te zorgen dat ze zich kunnen ontplooien en ontwikkelen op een zodanige manier dat ze maximaal tot hun recht kunnen komen.

Dus hou als je blieft op over wat kinderen allemaal moeten leren.

Aangenaam, mr. Arnout Veenman

Het is een bijzondere dag vandaag want vanaf vandaag heb ik officieel het papiertje uitgereikt gekregen waarop staat dat ik gerechtigd ben om de titel “meester in de rechten” te voeren of te wel mr. voor mijn naam te zetten of de graad LL.M. achter mijn naam, maar niet allebei tegelijk (art. 7.20 lid 5 WHW). Toen ik met mijn studie begon was de keuze makkelijk, ik ga mr. voor mijn naam zetten. Echter gebruik ik al twee jaar de eerder behaalde bachelor of laws graad (LL.B.) en daar ben ik ondertussen aan gewend geraakt. Daarnaast is het zo dat LL.M. internationaler is en ze in het buitenland denken dat mr. voor mister staat.

Het behalen van deze titel is ergens ook een beetje onwerkelijk. Er werd in het verleden weleens tegen mij gezegd dat ik een goede advocaat zou kunnen zijn. Mijn antwoord was dan steevast, ja leuk, maar dan moet je dus eerst een meester-titel hebben. Dan moet ik vier jaar fulltime studeren (of nog veel langer in deeltijd). Dus dat zal wel nooit gebeuren. Echter na zes jaar studeren in deeltijd is het dus nu écht zover. Ik ben gewoon meester in de rechten. Ik wilde tussen in de en rechten nog iets toevoegen maar ik het geprobeerd het beleefd te houden. Het woord f#ck#ng zou overigens niet misstaan hebben in die zin. 😉

Overigens zou de UvA de UvA niet zijn als er niet iets een aantal zaken niet kloppen en ik zou me zelf niet zijn als ik daar niet keihard tegen ageer. Dus morgen mag mr. Veenman bij het College van Beroep voor de Examens van de UvA uitleggen waarom de begeleiding én beoordeling van mijn masterscriptie (die is overigens wel gewoon met een voldoende is beoordeeld want anders had ik die meester-titel niet gekregen) de fantasie van Franz Kafka overstijgt. Update 7 oktober: GEWONNEN! Het COBEX heeft mijn beroep gegrond verklaart. De volledige uitspraak met daarin de motivering volgt over een paar weken.

En op die manier wordt mij ook weer een laatste keer de kans geboden om iets te doen tegen de corrupte elementen in de UvA. Al heb ik het idee dat er simpelweg iets fundamenteel mis is bij de UvA. De afgelopen 4 jaar heb ik als lid van de medezeggenschap (eerst als lid van de Facultaire Studentenraad en later van twee verschillende Opleidingscommissies) altijd voor ingezet. Dat ga ik wel verschrikkelijk missen!

Overigens blijkt er zelfs in mijn diploma een vrij ernstige fout te zitten (die waarschijnlijk in alle diploma’s zit). Ik heb namelijk de titel Master of Laws (of LLM) gekregen volgens mijn diploma. Echter is dat een graad en geen titel (art. 7.10a WHW) en daar hoort wel de titel meester in de rechten (mr.) bij (art. 7.19a lid 1 jo. 7.20 lid 1 aanhef en onder b WHW). Daar heb ik ook overigens direct tegen geprotesteerd, bij de afdelingsvoorzitter fiscaal recht die de diploma uitreiking leidde maar die wees er (terecht) op dat dit een exclusieve competentie van de examencommissie is. Dus die ga ik nog om een (nieuw) diploma vragen zonder deze stomme fout erin.

Voordat u zich als lezer afvraagt, mr. Veenman, u heeft uw rechtenbul behaald, wat gaat u nu doen? Waarde lezer, dat zal ik u vertellen. Ik heb weer 30 uur per week extra tijd extra tot mijn beschikking. Het zal vast niet moeilijk zijn om daar een invulling voor te vinden. Verder ga ik gewoon door met wat ik al ruim 13 jaar doe als ondernemer: ondernemen! Al sluit ik natuurlijk niet uit dat er iets interessant op mijn pad komt waarbij mijn rechtenkennis goed van pas komt.

diploma

diploma2

Tijd voor een nieuwe foto

Wie nu op mijn naam zoekt in Google (ja, andere searchengines doen er feitelijk niet meer aan toe), komt alleen maar wanstaltige foto’s tegen die al een aantal jaar oud zijn (2008!!!). Dus de hoogste tijd voor een nieuwe foto. De beste manier om die in Google te krijgen is door deze hier te plaatsen. Daarom presenteer ik met trots (enkel en alleen voor Google, hoi Googelaars) hieronder een nieuwe foto van mij (Arnout Veenman)

mr. Arnout Veenman

Gegoochel met (veel te hoge) bezoekersaantallen door andere online IT-media

Als journalist moeten lezers er op kunnen vertrouwen dat wat je schrijft klopt. Ik kan me er daarom flink aan ergeren dat andere media bewust met cijfers lijken te goochelen. Het meest recente voorbeeld zijn de bezoekersaantallen van Hostingcon Europe. De eerste dag maakte [media 1] bekend dat er maar liefst 500 bezoekers op het evenement aanwezig waren. [media 2] schrijft nu zelfs dat er maar liefst 700 bezoekers op de eerste dag van het evenement aanwezig waren. Om daar aan te te voegen dat dat ruim de helft meer is dan vorig jaar.

Op beide dagen was ik ruim vóór de opening tot na sluitingstijd aanwezig en 700 bezoekers totaal op beide dagen (zonder dat aantal te ontdubbelen) zou ik misschien nét geloven. Echter zou ik zelf schatten dat er de eerste dag (inclusief standbemanning) zo’n 250 bezoekers aanwezig waren. Andere bezoekers kwamen op vergelijkbare schattingen uit. Het was in ieder geval relatief rustig. De tweede dag was het niet veel drukker en volgens sommigen was het zelfs rustiger. Al zou mijn eigen schatting zijn dat er totaal maximaal 300 bezoekers aanwezig waren op de tweede dag. Het aantal unieke bezoekers (na ontdubbeling van bezoekers die op beide dagen aanwezig waren) tijdens het evenement zal rond de 350 liggen denk ik.

Het is jammer dat het evenement relatief rustig was, want ik ben fan van Hostingcon Europe. Ik heb verschillende sprekers voorafgaand aan het evenement geïnterviewd voor ISPam.nl en ook geprobeerd om zoveel mogelijk bezoekers naar het evenement te trekken. Als Hostingcon Europe volgend jaar opnieuw wordt georganiseerd dan ben ik meer dan bereid om weer met de organisatie samen te werken om interviews te doen en het evenement nog beter bezocht te maken.

Waar ik me wel aan erger is dat andere media – om welke reden dan ook – het aantal bezoekers van het evenement met een goudenvork vermelden. De 700 van [media 2] is gewoon complete onzin. En de 500 van [media 1] is ook al ruimschoots overdreven. Echter wordt door [media 1] hun eigen pageviews/bezoekersaantallen dubbel tot zesvoudig vermeld (elke pageview telt dubbel of wordt zelfs keer zes gedaan), waarmee het net lijkt of ze véél beter worden bezocht dan daadwerkelijk het geval is. Ondanks dat ik ze daar al meerdere keren op gewezen heb, hebben ze dat nog steeds niet aangepast of de pageview teller van hun site gehaald.

Blijkbaar is het goochelen met feiten (cijfers) de manier waarop deze media werken. Dat is not done voor media, laat staan voor partijen die pretenderen journalistiek te bedrijven. Als collega media-uitgever die in dezelfde cijfer vist qua content en adverteerders kan ik mij daar flink aan ergeren. Echter is het ook mijn taak als journalist om misstanden en gegoochel met feiten en cijfers aan de kaak te stellen. Dat al helemaal wanneer het gaat om partijen die pretenderen mijn vakgenoten te zijn die zich daar schuldig aan maken.

Toch heb ik besloten om mijn collega’s niet bij naam te noemen en met [media 1] en [media 2] aan te duiden. Het is namelijk vooral mijn doel om dit aan de kaak te stellen in de hoop dat mijn collega’s hun leven beteren. Natuurlijk is het wel te achterhalen welke media ik bedoel maar dat gaat nog een stap verder. Op Twitter heb ik dat eerder al gedaan over de (eigen) bezoekersaantallen van [media 1].  Echter kan dat in een volgende blog hier altijd nog.